Categorieën
Wetenschap

Moeite met de discussie over postnatale abortus

Naar aanleiding van een artikel over postnatale abortus, door twee Italiaanse medisch ethici, vraagt Evert te Winkel begrip te tonen voor hen die tegen abortus zijn, zowel pre- als postnataal. Tegelijkertijd verbaast hij zich over het feit dat de critici zelf niet weten te definiëren wat de status van een foetus of een zuigeling is.

Evert te Winkel

Zowel een foetus als een pasgeboren baby hebben de potentie van een mens, maar zijn beide nog geen mens. Een paper van de bio-ethici Alberto Giubilini en Francesca Minerva over wat zij omschrijven als postnatale abortus kan met deze korte zin samengevat worden. De status van verschillende ‘soorten’ mens, in combinatie met abortus, is een thema dat oneindige discussie opgeroepen heeft, met name binnen religieuze kringen.

Zo kwam Bert Dorenbos recent in het nieuws door zijn vergelijking van abortus met Auschwitz (pdf), een vergelijking die hem niet in dank werd afgenomen. Het feit dat de Rooms Katholieke Kerk abortus consequent afwijst kan op weinig instemming buiten de kerk rekenen. Ook de open brief van Mariska Orbán-de Haas aan Jeaninne Hennis-Plasschaert zal veel mensen nog vers in het geheugen liggen.

Toen ik op Facebook opmerkte dat ik een artikel aan het schrijven was over dit onderwerp werd ik gevraagd een filmpje te bekijken van Gianna Jessen. Haar moeder wilde een abortus laten uitvoeren, maar die abortus mislukte. Jessen kwam daaruit voort en is een uitgesproken tegenstander van abortus. Vanuit haar perspectief natuurlijk erg begrijpelijk. De pijnlijke gewaarwording die ik hierbij opdeed was dat ik Jessen, mocht de abortus geslaagd zijn, niet eens zou missen. Dan had ik nooit van haar gehoord en had ze geen filmpjes gemaakt. Dat kort terzijde.

Deze specifieke paper roept vooral binnen rooms-katholieke kring veel weerstand op. Zo vindt Erik van den Berg van Katholiek.nl het “…een verwerpelijke vorm van ethisch relativisme dat pasgeboren kinderen, die geen stemrecht hebben en dus volstrekt weerloos zijn in hun jonge leven, geen menselijke waardigheid wordt toegekend.”

De website Popehat grijpt het artikel aan om naar analogie van hetzelfde artikel op te roepen tot een ‘liberaal, orderlijk en niet-fanatiek debat’, waarin de auteur de vraag stelt “of auteurs Alberto Giubilini en Francesca Minerva (en onder meer de uitgever Journal of Medic Ethics, het blad waarin de paper is gepubliceerd, EtW) standrechtelijk geëxecuteerd moeten worden vanwege het artikel waarin kindermoord morele goedkeuring krijgt.”

Popehat probeert in dit artikel de argumentatie van Giubilini en Minerva op de beide wetenschappers zelf toe te passen, wat ook wel een zelfreferentiële strategie wordt genoemd. Volgens de auteur, ene Ken, is er 1. geen principiële reden om volwassen personen anders te kwalificeren dan zuigelingen, en 2. het toekomstig lijden dat het bestaan van de mogelijke persoon teweeg brengt kan reden zijn tot het uitvoeren van abortus (voor volwassenen). Het doel van deze redenatie is om te laten zien dat als je abortus tot na de geboorte loslaat, je in feite de deur opengooit voor allerlei ethische redenaties waarvan wij de consequenties nog niet kunnen zien.

Het is een hellend vlak-argument, een type argument dat ook wel als drogredenering wordt aangeduid. Inhoudelijk is daarmee nog weinig gezegd over het artikel zelf. De kern van het artikel zit in de morele status van foetussen, zuigelingen, kinderen en volwassenen, waarover het artikel inhoudelijke opvattingen aandraagt:

“Wie pijn en plezier kan ervaren (zoals mogelijk foetussen en zeker zuigelingen) heeft het recht om geen pijn aangedaan te krijgen. Als een individu naast het ervaren van pijn en plezier ook plannen voor de toekomst kan maken (zoals echte menselijke en ook niet-menselijke personen kunnen), dan brengt het schade toe wanneer het uitvoeren van de plannen wordt tegengegaan door te zijn gedood.”

Het is begrijpelijk dat auteurs moeite hebben met een artikel zoals dat van Giubilini en Minerva,  maar uit veel reacties op het artikel wordt niet duidelijk waar zij ernaast zitten. Ook wordt eruit niet erg duidelijk hoe wij dan wel tegen de status van een foetus aan moeten kijken. In het artikel van volgende week zal ik proberen hier wel wat meer over te zeggen.

Door Evert te Winkel

Initiatiefnemer van Vrijzinnig Evangelisch. Ooit een wat zurige bijna-ex-evangelische, inmiddels opbouwend-kritisch evangelisch. Probeert aardiger te zijn.

1 reactie op “Moeite met de discussie over postnatale abortus”

Het komt mij voor dat wij het beste tot inzicht komen wat de status van een foetus is als wij de Maker ervan aan het woord laten. Mijns inziens slaat alle wetenschappelijke geneuzel over dit thema de plank mis. Uitgangspunt moet zijn wat God vindt van abortus. Hoewel abortus niet letterlijk in de bijbel genoemd wordt lijkt het mij evident dat er voldoende aanknopingspunten zijn om tot een weloverwogen oordeel te komen.
De wereld zegt:’iedereen moet zelf weten wat hij/zij doet’. Baas in eigen buik. Holladieé.
God zegt: ‘Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit.’ (Jesaja 49:15)
Daarmee legt Hij de lat ‘iets’ hoger dan ‘wij’ in alle wijsheid denken te kunnen beslissen.
Voor mij is het duidelijk dat de lat hoog ligt en dat er situaties zijn waarin menselijke wijsheid tekort schiet, echter dat mag geen uitgangspunt zijn bij besluitvorming. Leuker kunnen we het niet maken, ook niet makkelijker.

Reacties zijn gesloten.