Categorieën
Cultuur

Geloofsconjunctuur

conjunctuur, geloofsconjunctuur, geloofsgroei
Marco van Vuuren vergelijkt zich met de op en neer gaande beweging, zoals in de economie

Het christelijk geloof is misschien wel vooral een ‘getuigenisgeloof’. Marco van Vuuren, redactielid van deze site, probeert in het dagelijks leven zijn geloof vorm te geven en vertelt daar vandaag van. Van Vuuren wisselt steeds streng en tolerant voor zichzelf af.

Marco van Vuuren

Als praktiserend christen probeer ik een oprecht aan Christus toegewijd leven te leiden. Zo’n leven vergt van mij dat ik dagelijks kies om dingen te doen, maar ook om dingen te laten. Welke keuzes moet ik maken? Hoe kom ik tot de juiste keuze? En – last but not least – hoe bestendig zijn deze keuzes?

Vanochtend was ik aan het klussen op de slaapkamer van mijn jongste zoontje. Al zwetend en zwoegend bedacht ik mij dat ik muziek op had staan die ik een aantal jaren geleden afgezworen heb niet meer te luisteren, dat gebeurt de laatste tijd steeds vaker.

Niet alleen de oude cd’s komen weer uit de kast, ook wordt er nog wel eens een tv-serie gekeken die ik eerst discutabel vond. Mijn zoontjes spelen spelletjes met gewelddadige scènes en magie erin en onlangs bekeek ik een serie die mijn zwager illegaal voor mij gedownload had. Tegenwoordig eet ik zelfs weer – zij het mondjesmaat – varkensvlees.

En zo kan ik nog wel even doorgaan met opnoemen van voorheen ‘verboden’ zaken die nu het verdict ‘onschuldig’ dragen.

Een snelle blik in het verleden leert mij dat ik ondertussen een hele geschiedenis van dit soort koerswijzigingen achter mij heb.

Van huis uit ben ik nogal traditioneel opgevoed in een christelijk-gereformeerde kerk. Er waren nogal wat regeltjes om je aan te houden en daar moest je dan – goedschiks of kwaadschiks – maar mee proberen te leven. In mijn beleving heb ik er nooit veel positiefs over gehoord, behalve dan dat mijn moeder altijd zei ‘wij hoeven niets te doen op zondag’. Dat klonk dan nog enigszins positief. Maar toch, ik werd er niet blij van.

Een aantal jaren nadat ik het ouderlijk huis verliet moest de CGK  plaats maken voor een evangelische gemeente. Daar proefde ik ‘de ware christelijke vrijheid’.

Niets moet, alles mag. Het was fijn om wat minder regeltjes te hoeven houden maar het kostte nog wel de nodige moeite om ze van mij af te schudden. Je kunt het kind wel uit de kerk halen, maar hoe haal je de kerk uit het kind?

Na een aantal jaren ‘afbouwen’ begon ik mij redelijk vrij te voelen. Er was minder dat moest en meer wat mocht. Heerlijk, wat kon ik genieten van mijn nieuwe status als vrij man. Het bijzondere van deze nieuwe situatie was dat ik er steeds vaker voor koos om vrijwillig de Wet te houden, gewoon omdat het fijn is.

Toen ik acht jaar geleden bijna doodging aan de gevolgen van een herseninfarct kwam er een nieuwe sterke toewijding. Ik kwam tot de overtuiging dat je als christen radicale keuzes moet maken. Christenen kan je niet zijn in een soort ‘light-version’, zo heeft Jezus ons dat niet voorgedaan. Gevolg: ik werd steeds radicaler en begreep toch niet waarom veel andere christenen zich zo vrij gedroegen. Het mag een wonder heten dat ik nooit sabbattist ben geworden. Steeds harder deed ik mijn best om de Wet te houden, totdat … ja totdat ik er achter kwam dat je de Wet niet kunt houden.

Met die kennis – en ervaring – in het achterhoofd wordt ik nu steeds toleranter naar mijzelf. Langzaam laat ik nu weer los, wat ik de afgelopen jaren zo krampachtig vast greep, en vraag mij af wanneer er weer een keer komt in mijn visie.

Oppervlakkig beschouwd lijkt mijn geloof onderhevig aan een soort conjunctuur-cyclus. Het ene moment mag ik alles, het andere moment mag ik niets van mijzelf. Zo laveer ik tussen een ascetisch leven en een vorm van christelijk hedonisme, terwijl geen van beide opties mij echt kan bekoren.

Jesaja 58 laat zien waar het uiteindelijk naar toe moet met mij, tot die tijd moet u maar een beetje geduld hebben met mij.

Door Evert te Winkel

Initiatiefnemer van Vrijzinnig Evangelisch. Ooit een wat zurige bijna-ex-evangelische, inmiddels opbouwend-kritisch evangelisch. Probeert aardiger te zijn.

2 reacties op “Geloofsconjunctuur”

Mooie getuigenis. 🙂

Inhoudelijk zijn een hoop dingen die je noemt voor mij vreemd, maar de teneur is denk ik tamelijk universeel, kijk maar naar mensen die bijv. met roken zijn gestopt. 😉

De katholieke Kerk vraagt aan haar gelovigen weliswaar niet om de specifieke spijswetten van een woestijnvolk op te volgen, maar haar leer is zondermeer de strengste van alle Christelijke stromingen te noemen. De leer dus, want het clichébeeld van katholieken zélf is dat het de grootste lapzwansen zijn. 😛 Het clichébeeld wat ik van de verschillende Protestantse denominaties heb, is dat door de tijd heen de lat steeds een beetje lager gelegd wordt, maar dan móet het ideaal ook gehaald worden, want ánders…
Sommige neo-katholieken proberen ook de ganse catechismus na te leven en priesters s’nachts wakker te bellen voor een noodbiecht voor de een of andere kleinigheid. Dan weet je dat ze er nog niet zijn. Het besef dat alles genade is, dat je écht een zondaar bent en niet slechts een beetje, daar draait het om, dat verandert je leven en je houding naar anderen. Na elke struikelpartij hopelijk steeds een beetje meer in ieder geval. 😉