Categorieën
Cultuur Kerk

Zij laten slechts woestijn achter

“Wat nu als jullie met z’n tweeën deze appel delen?” Predikant Gertrudeke van der Maas wijst twee kinderen aan. Ze richt zich tot de overige kinderen, een stuk of acht. “Dan mogen jullie de andere appel samen verdelen. Is dat eerlijk?” Hoewel het geitenwollensokken-gehalte bij de slotdienst van de European Christian Environmental Network (ECEN) nogal meevalt, levert deze simplificatie kromme tenen op. Noties als eerlijkheid en rentmeesterschap duiken steeds opnieuw op, maar de precieze betekenis van deze woorden wordt consequent niet duidelijk gemaakt.

Misschien is het ook wel teveel voor de hand liggend: is het namelijk niet vanzelfsprekend dat een christen op een goede manier met Gods schepping omgaat, zowel met mensen als met al het andere op deze aarde? Natuurlijk, daar heb ik geen conferentie voor nodig. Waarom erger ik mij dan zo?

Blanke
Misschien is het wel de gemakkelijke manier waarop ‘onze’ westerse manier van leven en denken verworpen wordt en er bijna jaloers wordt gekeken naar de indiaan Seattle (ten onrechte stond hier eerder: ‘in Seattle’) die honderdvijftig jaar geleden ‘ons westerlingen’ een veeg uit de pan gaf:

“De blanke begrijpt onze manier van leven niet, voor hem is alle grond gelijk. Voor hem is de aarde koopwaar. Maar hij vreet de aarde kaal en laat slechts woestijn achter.”

Is dat nu waar we het in de kerk over moeten hebben? Is het überhaupt wel juist? De westerse mens heeft oog voor de natuur en koestert deze. Door vooral op een conferentie met natuurliefhebbers te vertellen dat de westerse mens geen oog heeft voor de natuur, wek je de indruk dat de bezoekers van de conferentie de positieve uitzondering zijn. Liederen met teksten als ‘Wonderwereld, vol geheimen, schepping van God” en “Elke morgen komt de zon weer op en ze wekt de wereld weer tot leven” (liturgie, pdf) versterken deze indruk vooral.

Moeder Aarde
De ernstige waarschuwing: “We zijn de verbondenheid met de aarde kwijtgeraakt. Zij is namelijk een levend wezen”, is vanuit de wetenschap dat de westerse wereld doordrongen is van de noodzaak tot duurzaamheid haast lachwekkend.

De preek op zich is goed. De tekst uit Leviticus 25, waarin God zegt dat de akkers iedere zeven jaar rust nodig hebben en dat bezittingen iedere 49 jaar terugkeren in de familie, is zeker toe te passen op duurzaamheid.

De link met de sabbatsrust in de tien geboden is gemakkelijk gemaakt. In de laatste verzen van Mattheüs 6, naast in het Nederlands ook in het Engels, Russisch, Arabisch en Grieks voorgelezen, maakt Jezus ook nog duidelijk dat wij ons afhankelijk mogen weten van God, onze eerste zorg is dus niet onze koopkracht, vertelt Van der Maas.

Het is vooral de taal die mij de kriebels geeft. Ik geloof niet dat de “Aarde een levend wezen is” en ik voel niet de behoefte om mij “te verbinden met Moeder Aarde”.

Evert te Winkel

Door Evert te Winkel

Initiatiefnemer van Vrijzinnig Evangelisch. Ooit een wat zurige bijna-ex-evangelische, inmiddels opbouwend-kritisch evangelisch. Probeert aardiger te zijn.

6 reacties op “Zij laten slechts woestijn achter”

Moeder Natuur heeft niet voorzien dat een man met een man kinderen kan baren. Heeft ze het daar ook over gehad of werd Moeder Natuur op dat thema even afgeschakeld omdat het christendom zich daarin niet kan confirmeren aan de zittende macht van het moment: multinationals die uit hun slecht geweten op zoek gaan naar een groen imago en dit soort praat over ‘de consumenten’ uitstorten waar dan de voorganger zich ‘eigentijds’ in wilt doen klinken.
Ook ik ben niet meer verbonden met Moeder Natuur dan dat ik soms mijn voetafdruk op een vochtig strand nalaat… vooral in de zomer, wanneer de aarde opgewarmd is.

Wat die indianen betreft: er zijn meer blanken vermoord door roodhuiden dan omgekeerd: via de tabak. Ze hebben rijkelijk wraak genomen, als je ’t mij vraagt.

In Jesaja 58 staat hoe God de woestijn in een goed bevloeide tuin veranderd als je gerechtigheid nastreeft. Vooralsnog doen de de aarde behoorlijk onrecht aan, daarvan kun je de schuld op multinationals schuiven, maar je kan ook jezelf toetsen. Mijns inziens hebben we daar meer aan.
De band Petra zing heel passend ‘mother nature has got a Father in heaven!’ God wil niet dat wij de aarde aanbidden/verheerlijken, Hij wil dat wij hem bejubelen. Dat doet de aarde overigens zelf ook.
Heel dat moeder aarde gebeuren doet mij ook een beetje denken aan animisme, ‘de godin’, bla bla, zweef zweef …
Niet aan mij besteed, mij doe je een groter plezier met Leviticus 25.

Ik was erbij, in deze dienst. In dit stukje lijkt het alsof het een zweverig gebeuren was, daar in Apeldoorn. Dit was het absoluut niet. Het voorbeeld voor de kinderen is vereenvoudigd, uiteraard, maar de predikante liet haarscherp zien dat de consumptie wereldwijd ongelijk is verdeeld. En dat wij dat vanzelfsprekend lijken te vinden.
De liederen gingen niet over een moeder aarde, maar over God als schepper. “Wereld vol geheimen, schepping van God.” Vertel mij maar wat daar zweverig aan is. Zegt psalm 8 niet hetzelfde?
Het was een zeer afgewogen preek, met een link tussen het sabbatsgebod uit Leviticus en de oproep van Jezus in Matteus 6. Eigenen we ons niet meer toe dan nodig? Wat hebben we werkelijk nodig? En het besef dat de aarde ook een stuk levende schepping is, mag van mij nog veel vaker klinken.
De gezamenlijke zoektocht, om als christenen uit meer dan 20 landen oprecht te zoeken naar een antwoord op de crises waar we mee te maken hebben, op finaniceel en ecologisch gebied, is niet terug te vinden in bovenstaand verhaal. Terwijl we de dagen ervoor vanuit verschillende wetenschappelijke invalshoeken en met verschillende voorbeelden uit de praktijk hierover hebben nagedacht.
Dit stukje doet de conferentie en de dienst echt te kort. Kom op, denk serieus mee over deze thema’s. We horen christenen al veel te weinig op dit gebied!

@Martine
Dank voor je reactie. Laat vooropstaan: het is vanzelfsprekend niet mijn bedoeling om de dienst of de conferentie te kort te doen. Is dat bij dit stukje het geval? Ik zou zeggen: Nee.
In het dagelijks leven probeer ik op een verstandige manier met het milieu om te gaan, zowel dichtbij als ver weg. Ik gooi weinig weg, scheid mijn afval maximaal, koop en gebruik zo min mogelijk elektronische aparatuur, reis met de fiets of het openbaar vervoer. Vorig jaar op Flevo heb ik mij uitgebreid laten informeren, uit interesse, bij de tent van Time to Turn. Hoewel ik een buitenstaander ben ik de duurzaamheidsbeweging, ben ik in ieder geval een welwillende buitenstaander. Als welwillende buitenstaander ben ik dan ook naar de slotdienst van de ECEN-conferentie gegaan.
Alleen de slotdienst dus, want inderdaad: over de conferentie staat verder niets in dit artikel. Ik ben er niet geweest, dat in de eerste plaats, daarnaast is de conferentie zelf iets waar de ‘welwillende buitenstaander’ niet gauw naar toe zou gaan. De slotdienst is als het ware een manier waarop de buitenstaander (ik dus) door de ramen naar binnen kan kijken. Dat heb ik gedaan.
Dit stuk houdt jullie misschien wel dé noodzakelijke spiegel voor: is er soms iets mis met jullie taalgebruik? Sluit dat taalgebruik wel aan op de buitenstaander? Is het taalgebruik, maar ook de keuze van de onderwerpen, niet teveel gericht op de incrowd? Is het inderdaad wel zo dat de dienst ‘helemaal niet zweverig was’?
Juist omdat ik duurzaamheid belangrijk vind, wil ik deze vragen niet uit de weg gaan. Jij kan, als organisator hiervan en als promotor van duurzaamheid via de Noach Alliantie, hier vooral je voordeel mee doen. Zelf kan je namelijk niet als buitenstaander hiernaar kijken, zeker niet als mede-organisator.
Natuurlijk kan je het met mij oneens zijn, het lijkt me dat daar alle reden toe is. Maar is het punt dat ik maak niet gewoon iets om ter overweging mee te nemen? Voor mij, en ik ben ongetwijfeld niet de enige, is het taalgebruik en de incrowd-sfeer een drempel om mij bij een duurzaamheidsbeweging aan te sluiten. Of in ieder geval bij dit initiatief. Terwijl dat ongetwijfeld helemaal niet terecht is. Zo raak ik vaak enthousiast door de ludieke acties van Time to Turn. Ik hoop dus echt dat je wat ik hier schrijf niet leest als azijnzeikerij zoals je ook op Geenstijl kan vinden, maar juist als het kritische geluid van een eerlijke buitenstaander. Ik hoop dat jij daarentegen juist deze bijdrage aan de nodige discussie waardeert.