Categorieën
Kerk

Effectief vaccin tegen secularisatievirus

secularisatievirus, vaccin
foto: Leonardini, sxc.hu

Marius Noorloos

Bij het uitbreken van een gevaarlijk virus wordt groot alarm geslagen en intensief gezocht naar een effectief vaccin om een epidemie te voorkomen. Hoewel secularisatie is te vergelijken met zo’n gevaarlijk virus, wordt het vaak onvoldoende als zodanig herkend en dus is er te weinig aandacht voor een effectief vaccin. Het is de verdienste van collega Wim Dekker dat hij in zijn boek Marginaal en missionair hierover alarm heeft geslagen en een effectief vaccin probeert aan te reiken.

De gevolgen van de Verlichting en secularisatie zijn zeer ingrijpend. Ondanks Pasen en Pinksteren kunnen kerkmensen door aan God ongehoorzaam te zijn Hem verliezen en in de duisternis van de zogenaamde Verlichting de weg naar leven en welzijn kwijt raken. Hierdoor kunnen ze ook niet meer missionair ofwel aantrekkelijk zijn voor buitenstaanders.

Tijdens mijn werk in de SoW-gemeente van Lelystad tussen 1977 en 1991 heb ik hiervan veel voorbeelden gezien. Hoewel velen met kerkelijke papieren van het oude land naar het nieuwe land verhuisden (soms ‘stamboekchristenen’ genoemd, omdat er volgens de kerkelijke administratie niets op hen was aan te merken), bestond er meestal geen animo meelevende leden van een nieuwe geloofsgemeenschap te worden. Illustratief hiervoor is de titel van een interview in Trouw met Herman Paul, bijzonder hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit van Groningen: ‘Ook de Veluwe is nu een zendingsgebied.’

Dit proces heeft eveneens zijn weerslag op de maatschappelijke situatie, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de sterke toename van polarisatie, geweld, verloedering en verslavingen. Het is zowel opmerkelijk als verontrustend, dat de secularisatie als eigenlijke oorzaak van de kerkelijke en maatschappelijke neergang vaak niet wordt onderkend.

Geloofsafval en kerkverval zijn geen lot en zeker geen noodlot, grillig als natuurverschijnselen, maar meestal eigen keus. Onder anderen Gerben Heitink heeft dit overtuigend aangetoond in zijn recente studie Golfslag van de tijd. Volgens Wim Dekker is afwezigheid van God is de subtiele en tegelijk aangrijpende vorm van gericht. Hierop zijn drie reacties mogelijk:

a. ongelovig optimisme: het zal zo’n vaart niet lopen.
b. ongelovig pessimisme: er is geen redden aan.
c. gelovig realisme: bereidheid positief te reageren op de oproep van profeten en apostelen, en met name van Jezus, tot bekering: inkeer en omkeer. Dan is er toch toekomst.

Uit de Heilige Schrift weten we, dat in Gods oordeel altijd de genade van een nieuw begin is verborgen.
Dit nieuwe begin wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de verrassende ontdekking, dat gemeenteopbouw via geloofsopbouw een effectief vaccin blijkt te zijn tegen het gevaarlijke virus van de interne secularisatie.

Gemeenteopbouw en geloofsopbouw zijn elkaars onmisbare bondgenoten, omdat geloofsopbouw zonder gemeenteopbouw verslapt en verschraalt, terwijl gemeenteopbouw zonder geloofsopbouw verzakelijkt en verdort. Ze zijn wél te ónderscheiden, maar niet te scheiden. De volgorde is: eerst het lichaam, dan de leden.

 Vaccineren is nodig, maar niet vanzelfsprekend
Uiteraard werkt ook dit geestelijk vaccin alleen, wanneer we ons voldoende er door laten vaccineren. Dit houdt het behartigen of beoefenen van:
- hart voor de Heer, 
- hart voor elkaar als Zijn leerlingen,
- hart voor Zijn bevrijdend werk in de wereld.
Dit behartigen of aandachtig beoefenen houdt dus meer dan verstandelijk beschouwen of bespreken. Dit werkt evenmin als het veel afweten van een medicijn, maar het niet gebruiken.

Ook het aanhangen van orthodoxe standpunten is niet voldoende. McGrath stelt dat het protestantisme in veel gestalten in te rationeel vaarwater is terecht gekomen en daarom geen toekomst heeft.
Het gaat niet om het aanhangen van standpunten, want alleen met stándpunten komen we letterlijk geen stap verder. Het gaat in gemeenteopbouw via geloofsopbouw om het leren gáán van de weg van Jezus.

Alleen wanneer we onder invloed van Woord en Geest het herstel- en vernieuwingsproces láten gebeuren, gáát het gebeuren. Vanuit de verlegenheid groeien dan verlangen en verwachting, dat God zelfs in de vernielende secularisatie vergeving en vernieuwing wil schenken.

Een bijbelse prediking is belangrijk, maar niet voldoende.
Volgens Dekker zijn de Bijbel en de daarop gegronde verkondiging de dragers van het geheimenis van Gods aanwezigheid in ons midden. Hoe belangrijk een op de Bijbel gegronde verkondiging ook is, dit blijkt zowel voor geloofs- als voor gemeenteopbouw onvoldoende te zijn, omdat preken meestal een monoloog is, terwijl de dialoog en nog meer de trialoog nodig zijn.

Mensen veranderen niet door het Evangelie slechts tégen hen te preken, maar het mét hen te bespreken en samen te leren beluisteren, ter harte te nemen en te beantwoorden. Evenmin als iemand pianospelen leert door regelmatig naar de schouwburg te gaan om naar een pianoconcert te luisteren. Daarom bepleit ik zowel voor persoonlijke geloofsopbouw als voor gezamenlijke gemeenteopbouw het benutten van drie voedings- en vormingsmiddelen om met God in aanraking te komen en een relatie met Hem te laten groeien:

a. Gezamenlijke omgang met God in kleine kring, allereerst in het gezin, maar ook in bijvoorbeeld de kerkenraad: Evenals kinderen vanaf hun geboorte niet via standpunten óver hun ouders, maar via ontmoetingen en ervaringen mét hen gaan ontdekken en beleven wie ze zijn en zo gaandeweg een band met hen krijgen, zo kan dat ook tussen God en mensen gaan gebeuren

b. Persoonlijke omgang met God: Ruimte en aandacht voor ‘stille tijd in de binnenkamer’ zijn zowel voor veel gemeenteleden als voor kaderleden vaak schaars. Meestal is teveel drukte hiervan niet de oorzaak, maar te weinig animo.

c. Gezamenlijke omgang met God in de vieringen, vooral op zondag als speciale dag van de Heer. In dit kader functioneert de prediking, wanneer die authentiek, eigentijds en persoonlijk is.

– authentiek: vanuit de Bijbelse bronnen met Jezus Christus als grond en grens;
– eigentijds: via een communicatie, die aansluit bij deze tijd en cultuur;
– persoonlijk: door een predikant, die zich laat bezielen door de Heilige Geest.

 Van ABC naar CBA
Meestal wordt er in de kerk gewerkt volgens de ABC-methode: de meeste tijd van de kerkelijke aandacht en energie worden besteed aan allerlei Activiteiten, Bezinning krijgt veel minder tijd en Communicatie in de zin van openhartige ontmoetingen komt er vaak helemaal bekaaid af. Daarom wordt in gemeenteopbouw via geloofsopbouw gekozen voor de omgekeerde volgorde en dus voor de CBA-methode.

In dit model van gemeenteopbouw is er allereerst aandacht voor het geloofsgesprek (hoofdletter C), waarin de nadruk valt op ons hart. Het geloofsgesprek ontstaat door het beluisteren, overwegen, ter harte nemen en bespreken van een passend Bijbelgedeelte. Vervolgens staat op de agenda(!) altijd ruimte voor het uitwisselen van persoonlijk wel en wee, aangeduid met de kleine letter c. Voor zo’n opening is ongeveer een half uur nodig. Aan het eind van een vergadering wordt opnieuw aandacht besteed aan de C/c-factor.

Door het prioriteit geven aan de C/c-factor wordt zowel de relatie met God gevoed en verrijkt als die met elkaar. Deze hartversterkingen verstevigen de onderlinge verhoudingen, bevorderen een vruchtbare bezinning en stimuleren hierop aansluitende activiteiten.

Bezinning of de B-factor doet een beroep op het verstand. Deze factor benutten is nodig om de aanwijzingen van het Evangelie voor de opbouw van de gemeente in haar situatie te vertalen in eigentijds beleid. Hierbij gaat het om toepassing van die aanwijzingen voor bijvoorbeeld liturgie, pastoraat, diaconaat, vacatures, oecumene, missionair werk, financieel beheer.

Tenslotte worden als resultaat van een goede communicatie en bezinning in samenspraak met werkgroepen en gemeenteleden in het kader van de A-factor passende activiteiten uitgevoerd.

 Conclusie
Interne secularisatie is de belangrijkste oorzaak van geloofsafval, kerkverlating en het démissionair worden van de kerk, zoals ook de analyse van Wim Dekker laat zien. Zijn pleidooi voor een op de Bijbel gegronde verkondiging als voornaamste remedie vind ik echter ontoereikend, want ook kerken, waar verantwoord wordt gepreekt, blijken vatbaar te zijn voor secularisatie. Daarom pleit ik op basis van jarenlange ervaringen voor gemeenteopbouw via geloofsopbouw vanuit een drievoudige christocentrische kern en volgens de CBA-methode.

In dit bredere verband kan de prediking optimaal functioneren. Bij een goede en duurzame toepassing is dit opbouwmodel een effectief vaccin tegen het gevaarlijke virus van de secularisatie. Hierdoor kan de kerk als christelijke geloofsgemeenschap missionair ofwel aantrekkelijk worden voor binnen- en buitenstanders. Goddank blijkt hieruit, dat de invloed van Pasen en Pinksteren niet alleen ‘van gisteren’ is, maar nog steeds doorwerkt!

Dit is een verkorte versie van een manifest dat eerder op de website van het IZB verscheen, met daarbij onder meer praktische tips en een reactie van Wim Dekker. Ook wil Marius Noorloos graag reacties via mariusnoorloos@kpnplanet.nl, waarvoor hij een aantal vragen heeft opgesteld. De onderstaande vragen zijn van de website van IZB overgenomen:

-wat spreekt je aan?
-waarmee heb je moeite?
-welke vragen roept de inhoud op?
-wat is bruikbaar om secularisatie tegen te gaan?

Ds. Marius Noorloos schreef de boeken ‘Leven uit de Bron’ en ‘Groeien bij de Bron’.

Door Evert te Winkel

Initiatiefnemer van Vrijzinnig Evangelisch. Ooit een wat zurige bijna-ex-evangelische, inmiddels opbouwend-kritisch evangelisch. Probeert aardiger te zijn.

2 reacties op “Effectief vaccin tegen secularisatievirus”

Deze tekst maakt naar ik meen geen juiste analyse van het probleem maar rijkt wel de goede (vrij ‘Bijbelse’) middelen of ‘werkwijzen’ aan aan de gemeente en haar leden.

Godgelovigen en ongelovigen lezen in onze dagen de Bijbel met ‘Verlichte ogen’ waar ogen in de oudheid geen last van hadden.
De Verlichting kwam er samen met een ‘nieuw wereldbeeld’ (ronde aarde die rond de zon draait, ontdekking Amerika, enz. …). Veel minder oog hebben we echter voor het nieuwe ‘mensbeeld’ dat die Verlichting met zich meebracht: het mensbeeld van de ‘waarneming’. Wat je niet kunt vaststellen, IS niet!
Met dat Mensbeeld lezen wij (met Verlichte ogen, dus) in onze dagen de Bijbel.
Maar alle (ook bvb. Griekse) auteurs in de oudheid schreven vanuit een antiek mensbeeld. Daarin heeft de mens 3 vermogens ipv 2: de mens is net als het dier een wezen dat kan voelen en denken (waarnemen) maar onderscheidt zich van andere soorten op aarde door zijn vermogen te kunnen ‘aannemen’, ‘geloven’, ‘veronderstellen’.

Een mens die in de oudheid ‘niet geloofde’ (zoals in de zin van de 18e eeuwse geestesstroming van het ‘atheïsme’ werd begrepen) bestond gewoon niet omdat zo’n mens zich dan definieerde als, en reduceerde tot op het niveau van dieren, planten of materie.

Anders gezegd: in het 18e eeuwse ‘mensbeeld van de Verlichting’ (dus van de waarneming, van ‘voelen en denken’) verdween ‘de ziel’… die kon je niet vaststellen en dus was ze er niet!
Sinds dat ‘Verlichte Mensbeeld’ zitten wij met de vraag ‘of wij in iets hogers geloven of niet’ en lezen de Bijbel of andere antieke geschriften tegen de achtergrond van dié (‘Verlichte’) vraag.

In alle antieke teksten doet zich die vraag niet voor: je ‘gelooft’ natuurlijk, anders zou je geen mens zijn maar een dier, plant of ding.
Een oude Griek die in de ‘leegte’ geloofde, die had dus ook dààr gewoon een ‘god’ voor: Chaos, de ‘god van de leegte’.

In de hemel mocht er geen gat zijn: al het denkbare en ondenkbare, als het voelbare of on-voelbare en al het gelooflijkse en ongelooflijke… àlles moest zijn ‘god’ hebben, desnoods ‘een onbekende god’ om toch maar geen god te vergeten! Een beetje zoals wij een standbeeld plaatsen voor ‘de Onbekende Soldaat’, om toch maar zéker geen soldaat te vergeten… zo mocht er toen geen mogelijke ‘god’ vergeten worden.

Vanuit die insteek moet – om te beginnen – de Bijbel al eens ‘strikt literair gelezen en begrepen’ worden als tekst die geschreven is vanuit een antiek mensbeeld waarin geen mens niet ‘niet(s) geloofde’.

En daarin komt Mozes – Gods eerste Ghostwriter – plots met zijn ‘God’ aanzetten in geschreven vorm, ergens tussen 1200 en 1500 VC !
Een mens kon dus niet ‘niet geloven’ (ondenkbaar want daarom kon hij onbeperkt scheppen, heeft hij taal… anders dan de dieren, planten of materie) DUS moeten er ook ‘machten boven zijn hoofd zijn’… ALS een mens zich door geloofsvermogen op aarde onderscheidt, DAN ‘moet’ er ook iets ‘geloof-baars’ zijn: de ‘goden’.

Mozes zag in Egypte meerdere volken en een wildgroei aan goden.
Hij stelde echter 4 (zeer vrijzinnige) voorwaarden aan de geloofwaardigheid van die goden: ze moesten voortaan één, volmaakt, eeuwig en onzienlijk zijn… of ze waren voor hem(en zijn voorouders) niet geloofwaardiger dan de hond van zijn buurman.
Zo kon – op grond van logica – alleen zijn ‘God’ dus één, volmaakt, eeuwig en onzienlijk zijn.

Mozes zag ‘God’ op de berg en beschreef Hem als ‘onzienlijk’. Hij was een ‘profeet’, een ‘ziener’… en Hij ‘ZAG’ dat ‘God’ niet ‘zienlijk’ was!

Het oude Testament (Tenach) is zo een geschrift vol woordkunst die de strijd aanbindt met ‘religie’: dat is geloof in ‘verbeelding’ (goden)… Zijn ‘God’ was echter geen verbeelding, bleef echter netjes ‘buiten beeld’… vrijzinnig als Hij was!
NIETS kon en kan over die ‘God’ in beeld worden gebracht: noch over Zijn bestaan, noch over zijn niet-bestaan. Geen beelden!

Het OT schafte de beeldaanbidding af (ook en zeker in de feiten)
Het NT schaft (door de genadeleer) de offercultus af (en de polygamie!).

‘God’ schaft in dat geschrift dus alle (verbeelding en nastreven van) religie af. Hij laat zelfs ‘Zichzélf’ afschaffen en verlaat Zichzelf als ‘Zoon’.

Je zou kunnen zeggen: geen mens zal er ooit in slagen een vrijzinniger, zelfs ‘atheïstischer’ verhaal te bedenken dan een verhaal waarin ‘God’ Zichzelf verlaat!
God komt de mens zo in zijn ongeloof tegemoet.

Daarom doen atheïsten er goed aan in de Bijbelse ‘God’ te geloven: die heeft als geen ander alle religie met de grond gelijk gemaakt. Kijk om je heen in alle synagogen: geen beeldaanbidding meer. Kijk om je heen in alle vanouds overwegend christelijke culturen, volken of landen: nergens wordt daar nog religieus geslacht.

‘God’ en Zijn ‘Bijbel’ schaften meer religie af in de geschiedenis dan het verenigde atheïsme ooit zullen kunnen!
MAAR DAT … die vrijzinnigheid van de ‘Bijbelse God’… dat wordt even slecht binnen als buiten de kerken begrepen of beleden.
Nochtans is er niets ‘Blijer’ aan de ‘Boodschap dan dat… heel haar Blijdschap rust daarop.

Geloof maar dat Jezus over water liep… hoe meer je daar ‘God’ in ziet, hoe meer God Zichzelf verlaten heeft (= vloek = einder religie!)

Halleluja, God is vrijzinnig.!