Categorieën
Media

Heel genuanceerd eigenlijk: #OZNG

Ik word altijd enorm kriegelig als een programma wordt aangekondigd met: …een emotionele rollercoaster…” Dat lijkt me hét cliché van de emotelevisie en is voor mij een echte afknapper. Echt enorm. Ben ondanks dat toch die eerste aflevering, wel met gezond wantrouwen, gaan kijken. (Waarschuwing: Het verhaal dat volgt is veel te lang)

Evert te Winkel

Mijn twee favoriete kandidaten bleken met gemak het minst overtuigd na Op zoek naar God. Dat valt, zo neem ik aan, heel goed uit te leggen (en dat ga ik in dit stuk ook zeker doen), maar voorop: juist doordat zij zich niet door een weekje klooster lieten bekeren (dat klinkt veel denigrerender dan ik bedoel) blijven zij voor mij de meest interessante kandidaten (ook een term die ik gebruik bij gebrek aan beter).

De eerdere series Op zoek naar God had ik al gekeken, toen ik zag dat het opnieuw op de televisie kwam besloot ik gewoontegetrouw en vanuit professionele belangstelling, ik blijf een reli-journalist, opnieuw te gaan kijken. De opzet vond ik best wel verrassend en zou niet mijn eerste keuze zijn. Achteraf viel het zeker niet tegen.

De belangrijkste reden voor mij om te blijven kijken na de eerste aflevering was Ryanne van Dorst. Van de vrouwen die het klooster ingingen kende ik van de meeste alleen de naam, zelfs op de televee had ik hen allen tot nu toe weten te ontwijken. En dat, het klinkt flauw, dat weet ik, beviel mij uitstekend. Ryanne (in het programma werden consequent alleen de voornamen genoemd, dat neem ik voor de rest over) kende ik zelfs helemaal niet, niet qua naam, niet qua artiestennaam en niet qua band. Maar ik dacht wel: ‘Hey, dat is een metalhead’. In de voor de rest vaak een tikkeltje brave programma’s van de EO is dat al een heel goed teken. Mijn tweede favoriete kandidaat, maar dat spreekt voor zich, was trouwens Sanne Vogel. Ik heb deze beide met de meeste interesse gevolgd en richt mij dan ook voornamelijk op hen. Ik identificeer mij (deels) met beiden en gebruik dat om iets over mijn eigen geloof te zeggen.

Natuurlijk geldt hierbij: De EO heeft deze vrouwen bewust gekozen –om welke redenen dan ook-, deze om bepaalde redenen in dit klooster gestopt, keuzes gemaakt in de montage van het geheel, uit deze selectie maak ik op mijn beurt weer een selectie en op basis van die selectie kom ik met een interpretatie. Een nogal dunne basis dus, maar daar zal je het mee moeten doen.

Ik herkende deze eerste aflevering veel van andere metalheads en mijzelf in Ryanne. ‘Helemaal jouw type’ volgens één van mijn vele favoriete theologes. Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Zij, Ryanne dus, niet Janneke Nijboer, bleek iemand met wie ik mij, zo had ik tenminste de indruk, meer dan met de anderen kan identificeren. Ik begrijp haar gedrag (is natuurlijk onzin, ik moet veel te veel wat ik niet zie invullen, maar het gaat erom dat ik dat idee wel heb), spreek haar taal en zie er ongeveer als haar uit. Als een metalhead dus.

(In het programma zelf wordt Ryanne’s muziek aangeduid als punk en ze wordt een ‘rockchick’ genoemd. Het ligt allemaal dicht bij elkaar, metalheads, punkers en zelfs emo’s en gothics lijken meer op elkaar dan ik als metalhead meestal toe wil geven. Ik houd het voorlopig op metalhead, hoewel dat ongetwijfeld niet altijd accuraat is.)

Alleen al de manier waarop zij in de eerste aflevering uitlegt waarom zij haar gitaar meegenomen heeft, “is de muziek van de duivel”, zie ik als typisch gedrag van een metalhead. Als ik, als jonge metalhead, na afloop van de kerkdienst buiten stond te kletsen met mijn vrienden (eveneens metalhead), dan was ‘muziek van de duivel’ precies de manier waarop wij, met een enorme knipoog, de manier waarop wij meenden dat anderen naar onze muziek keken te beschrijven. ‘Nou’, zeiden wij, ‘een beetje meer takkeherrie in de kerk zou welkom zijn.’

Het meest sprekende voorbeeld voor mij is het wel het woord ‘kut’. In de toch degelijke kringen waar ik opgegroeid ben is het woord ‘kut’ geen teken van goede opvoeding. Altijd al een reden te meer om het woord dus wel te gebruiken. En dat woord heeft vele nuances. In de tweede aflevering typeert Ryanne haar tweede ontbijt in het klooster: “Wat was dat ontbijt kut!” Wat ze bedoelt, en dat legt zij daarna uit, is dat het zwijgen en de muziek tijdens het ontbijt haar niet hielpen om wakker te worden: “Ik had gelijk weer zin om naar mijn nest te gaan.” Heel erg genuanceerd, eigenlijk.

Gênante hoogtepunt van mijn toenmalige band: bandfoto (2008)

Ik vind dat typisch. Ik merk bij mezelf dat ik vaak een zeer genuanceerde mening heb, bijvoorbeeld over een bepaald liedje van een zekere artiest, maar dat ik deze snel ‘kut’ noem. Niet omdat ik niet kan uitleggen waarom ik dit liedje minder goed vind, maar omdat het gebruik van het woord ‘kut’ statusverhogend werkt. Zo simpel is dat. Want, ik hoop tenminste dat anderen dat dan van mij denken, ‘ik durf echt te zeggen wat ik denk’. Dat ik ondertussen eigenlijk denk: ‘Doordat de timing van dat liedje niet helemaal geweldig is klinkt de muziek wat rommelig en bij dit type muziek verwacht ik eerder een diepe grunt dan hoge screams’, om maar iets geks te noemen, doet er niet toe. Het gaat om de mores van dat mini-samenlevinkje dat wij meestal metalscene noemen. Die metalscene heeft sterke voorkeuren voor bepaald gedrag, voorkeuren die sterk ideologisch gedreven zijn. Waarden als vrijheid, individualisme en tegendraadsheid vormen in mijn ogen de kern van de metalethiek en haar bijbehorende rituele paringsdans.

Voor alle helderheid: dat is wat ik vanuit mijn eigen ervaring binnen de metalscene zonder enige schaamte op Ryanne projecteer, ik heb de indruk dat zij gedrag vertoont dat dicht bij mijn eigen staat, dat passend is binnen de cultuur waar ik mij naar gevormd heb en dat misschien wel omdat dit zelfs dezelfde cultuur ís.

Misschien ook wel daarom vind ik het niet vreemd om te zien dat Ryanne zich niet erg thuis voelt in het klooster. Mij zou je met geen stok zo’n klooster in krijgen, zeker niet met een stiltegelofte. In de stilte zouden mijn gedachten afdwalen. Niet eventjes, maar continu, steeds verder en oncontroleerbaar. Dat doen mijn gedachten, vaak. Ik heb daar geen enkele controle op. Geef mij maar onrust om mij heen, geluid, muziek. Mensen.

Mysterie is niet mijn sterkste kant, met mediteren heb ik niets en bidden doe ik weinig. Vandaar, en dat is stiekem mijn bruggetje om Sanne *kuch* diepgaand *kuch* te analyseren, dat ik mij liever op de ratio richt. Geef mij maar boeken, logische redenaties, argumenten en conclusies. Want als de metalscene als een rituele paringsdans heeft, dan de kerkelijke wereld al helemaal (daar legt Ryanne overigens de vinger op in dit interessante interview). Een voorbeeldje:

ik kreeg het op mijn hart, maarten vermeulen
worshipstandjes

De ND-journalist Maarten Vermeulen kwam eind vorig jaar met een boekje over geloofstaal met de titel Ik kreeg het op mijn hart (ondertitel: om een boekje over kerktaal te schrijven). Bij dit boekje zit ook een poster met ‘worshipstandjes’. Nu geloof ik niet dat Vermeulen ooit in mijn kerk geweest is, maar de standjes: ik herken ze stuk voor stuk. Ondertussen roepen we juist in mijn kerk, ik ben tamelijk evangelisch, dat mensen vooral ‘zich vrij moeten voelen’, ‘moeten doen wat hun hart hun ingeeft’ enz. Blijkbaar ‘geeft het hart hen in’ dat zij elkaar allemaal moeten imiteren. Maar misschien is dat wel wat al te genuanceerd.

Ik doe hier niet aan mee. Niet eens zozeer uit principe, maar vooral omdat het niet bij mij past. Ik neem liever vanaf een afstandje waar. Lieke van Lexmond typeert in de tweede aflevering heel sterk wat ik niet ben:

“Ik denk wel: ik zal wel niet oud worden, dus ik haal alles uit het leven wat erin zit. Ik wil gewoon alles eruit halen wat erin zit. Ik geloof gewoon dat het leven een hele grote ervaring is. En die moet je leven.”

Niet meedoen, maar afstand nemen, waarnemen en reflecteren, dat zijn de zaken waar ik mij het liefst mee bezig houd. Liever wetenschap dan mystiek, liever de bibliotheek dan het klooster. Liever de analyse dan de ervaring. Als het kan vermijd ik liever de religieuze ‘poppenkast’ en ga direct over op de inhoud. Zo’n klooster, de vaste tijden, het zwijgen, de bepaald niet spannende muziek: Het zorgt allemaal voor vervreemding en is, meer dan wat ook, een religieuze poppenkast. En ik kan mij zeer goed voorstellen dat Sanne, die zich steeds op de ratio zegt te richten, daar grote moeite mee heeft. “Ik wil me emotioneel kunnen laten raken door wat hier gebeurt. Kijk: rationeel ga ik dit hele verhaal natuurlijk nooit geloven.” Nou ja, ik geloof het ook, dus zo gek is het niet. Maar toch. Daarbij hangt het er natuurlijk vanaf wat Sanne met ‘dit hele verhaal’ bedoelt. En wat zij met geloof bedoelt. Want uiteindelijk, laat ik het voorzichtig zeggen, zijn er veel posities mogelijk binnen het christendom. Ik sta op de ene en vele anderen staan op veel betere en verstandigere posities hier binnen dan ik. Ja, de ene positie is redelijker dan de andere. Wat begeleider Nikolaas zegt is niet onverstandig:

“Het probleem is, het feit is dat je in de Bijbel alle mogelijke teksten vindt, over alle mogelijke situaties […] Dit zijn hele oude boeken. Het is het verhaal van hoe het geleidelijk ontdekt is geworden. Hoe God zich geopenbaard heeft. Natuurlijk moet je leren: Hoe ga je hiermee om?”

Wat gebeurd is: Sanne heeft een andere tekst gelezen dan zij ‘opgekregen’ had. Die tekst was voor haar nogal confronterend omdat zij zich herkent in de positie van ‘zij’:

“Zij verwierpen het onderricht van de HEER van de hemelse machten, en verachtten de woorden van de Heilige van Israël.”

Grappig, want als ik het goed lees zou Sanne, die zichzelf als atheïst beschouwt, wel de laatste zijn op wie deze tekst slaat. Wat blijft: 1. De tekst blijft wreed, of deze wel of niet op Sanne slaat maakt daarvoor niet uit, en 2. Als je de minder fijne teksten niet zonder goede oefening en studie kan gebruiken, waar ik het op zich mee eens ben, dan de fijne teksten, zoals Jesaja 55, ook niet.

Maar daarmee ben je er natuurlijk nog niet. De Bijbel staat vol met wrede teksten, naast liefelijke, erotische, filosofische, theologische, apocalyptische en vele andere soorten teksten. Sommige zijn zelfs, hoe vreemd dat ook klinkt, min of meer als geschiedkunde bedoeld. De wrede teksten -dat zijn er vele-, zijn niet alleen voor niet-christenen moeilijk: juist christenen worstelen veel met deze teksten. Vooral omdat christenen er veelvuldig vanuit gaan dat deze teksten iets zeggen over de God waar zij in geloven. En wat zegt het over gelovigen zelf, wat zegt het over mij, dat zij daarin geloven? Dat ik mijn vertrouwen stel in een God die uiterst wreed kan zijn, die zelfs kinderen en baby’s niet spaart. Veel, natuurlijk.

Het grappige is dat ik als metalhead altijd uitzonderlijk geïnteresseerd was in dat soort teksten, die ik mijn medegelovigen met enige graagte voorhield. Ik herinner mij dat ik in de King James Version (KJV, oude Engelse vertaling) op zoek ging naar grove teksten om in mijn eigen teksten verwerken, waarbij ik titels schreef zoals Eternal hellfire damnation (overigens schreef ik ook heel andere teksten om mijn medegelovigen te shockeren, zoals mijn favoriete Erecting the spontaneous erection, die helaas nooit daadwerkelijk in een lied is omgezet). Steeds om te laten zien: kijk, die Bijbel is echt een boek voor metalheads! Grofgebekt, geen fijn en romantisch plaatje, maar een rauwe en onprettige werkelijkheid. Dat.

Ergens maakt het de Bijbel ook erg menselijk en daardoor ook interessanter. Het voorkomt ook dat mensen zeggen: “Ik lees allemaal goede dingen in dat boek, ik sluit me maar bij die beweging aan. Leuk!” Mijn voorkeur heeft dat, om eerlijk te zijn, niet. Dat lijkt me wat al te sterk op een ‘bekering van het moment’, op dat moment staat je helder voor ogen dat dit goed is, je gevoel zegt dat het goed is, je emotie brengt je daartoe. Maar ondertussen: De ratio leert uiteindelijk de beperktheid van de ratio, maar er is niets dat je vanuit de emotie de beperking van die emotie kan leren.

Geef mij maar mensen die eigenwijs zijn, die zich niet zomaar laten overtuigen, die weigeren een kameleon te zijn en gewenst gedrag te vertonen. Mensen die zich niet, nog misselijk van de ‘emotionele rollercoaster’, laten overhalen te zeggen dat zij God gevonden hebben. Juist als zij allerminst overtuigd zijn en zeggen: “Het christendom is kut”, waarmee zij heel genuanceerd bedoelen: ‘Ik vind de Bijbel maar een ingewikkeld en wreed boek en waarom er eigenlijk zoveel verschillende stromingen zijn begrijp ik ook niet, daarnaast heb ik slechte ervaringen met christenen –en dat is helemaal niet zo gek– , dus daarom geloof ik maar niet’, juist voor deze mensen heeft het geloof, volgens mij, wat te bieden. En zij hebben het geloof wat te bieden.

De Bijbel is een boek dat steeds de grenzen opzoekt van het betamelijke en daarmee het christendom ook. Als dat schuurt, als dat jeukt, als dat enorm irriteert, dan denk ik dat je op een goede manier met geloof bezig bent.

Concluderend, maar dat volgt op geen enkele wijze logisch op het voorgaande, hoop ik dat Ryanne en Sanne vaker op de televee iets zullen doen met geloof, religie of christendom. Op Andries Knevel raakt een mens na verloop van tijd wel uitgekeken en deze twee dames passen in mijn ogen veel beter bij het christendom, bij mijn christendom in ieder geval, dan de andere deelnemers aan dit programma. Goed gedaan, EO!

Afleveringen: 1, 2, 3, 4.

Door Evert te Winkel

Initiatiefnemer van Vrijzinnig Evangelisch. Ooit een wat zurige bijna-ex-evangelische, inmiddels opbouwend-kritisch evangelisch. Probeert aardiger te zijn.