Wetenschap

God Bewijzen: Nog nooit zo serieus besproken

st Joriskerk, schilderij, evert te winkel

Streng kijken de heren op ons neer

“Mijn buurman hier,” Goedgelovig-reageerder Tommy Lee grijpt Rik Peels aan het einde van de middag bij de schouders vast, “lijkt wel wat op die derde van links.” Streng kijken een aantal hoge heren uit lang vervlogen tijden ons vanaf een schilderij aan, een schilderij dat opvalt doordat er naast de strenge mannen, hun kledij doet mij achttiende-eeuws aan, ook een vrouw met een jong kind op staat. Een man met een indrukwekkende neus kijkt vanaf het schilderij op ons neer. De meeste aanwezigen, onder wie Rik zelf, lachen. Na afloop blijven hij en Stefan nog even hangen, om met de aanwezigen wat te drinken. Het tekent de sfeer bij de door Bram van Dijk georganiseerde gesprek van Goedgelovig-lezers en Stefan Paas en Rik Peels, auteurs van God bewijzen.

Tekenend is ook dat de aanwezigen het volgehouden hebben om tot na vijf uur te praten over God bewijzen, drie uur lang, en daarbij slechts tot en met hoofdstuk drie gekomen te zijn. Het boek moet tot in de puntjes besproken.

Bewezen
Eerder al debatteerde Stefan Paas met Herman Philipse bij Knevel en van den Brink en debatteerden Stefan en Rik samen met Herman en de Vlaamse filosoof Maarten Boudry bij het Nationale Religiedebat. Nu zijn ze voor een gesprek in de Amersfoortse St. Joriskerk, waarvan de consistorie het passende podium vormt.

“Zullen we maar beginnen?” vraagt ThaFizzy, moderator van de middag. “Als introductie heb ik twee vragen voorbereid,”, zegt ThaFizzy tegen Bram, “die ik daarna ook aan Stefan en Rik stel: Wat heb je met het christelijk geloof en wanneer vind je iets bewezen?”

Bram herschikt de papieren met aantekeningen. “Die laatste vraag is de moeilijkste. Kortgezegd: Dat hangt er vanaf. Kuhns denken over paradigma’s onderscheidt twee perioden; normaal en revolutionair, waarbij in het laatste geval twee sterk verschillende paradigma’s strijd leveren. Bewijzen afwegen tussen die paradigma’s is heel lastig. Vanuit mijn statistische achtergrond pleit ik voor het afwegen van plausibiliteit.” Hij geeft aan ook als ex-christen zijn interesse in het christelijk geloof niet verloren te hebben, zeker niet daar zijn vrouw wel gelovig is.

Ongelijk
“Ik vind het leuk om hier te zijn,” leidt Stefan Paas zijn antwoord op ThaFizzy in. “Ik ben hier niet gekomen om Brams ongelijk te bewijzen. Ik hoop op een goed gesprek.” Even is Stefan stil, hij verzit en fronst zijn wenkbrauwen. “Ik ben een christen. Je kan net zo goed de vraag stellen wat ik heb met ademhalen,” stelt hij. Binnen de filosofie bewijs je volgens Stefan niets, dat doe je in de logica en in de wijskunde. “Bewezen is voor mij: Boven twijfel verheven en door de juiste procedure bij de conclusie gekomen,” gaat Stefan verder. “Belangrijk: over het algemeen is het gemakkelijker om te bewijzen dat iets niet deugt, dan dat het wel waar is.”

Tijdens de middag denk ik nog vaak aan deze uitspraak terug. Verschillende keren krijgen Stefan Paas en Rik Peels het verwijt dat zij over bepaalde onderwerpen niet of te weinig hebben geschreven, dat zij teveel van een westers godsbeeld uitgaan of van de God van de filosofie, zaken die volgens mij helemaal niet binnen de scope van het boek thuishoren.

Rik Peels, God bewijzen, debat, st Joriskerk

Rik Peels: “Ik was christen en ben christen geworden”

Bewijzen kan alleen als je het over de vooronderstellingen eens bent, zegt Rik Peels in antwoord op de tweede vraag van ThaFizzy. “Bij het overige kan je het hooguit over plausibiliteit hebben.” Voor Rik is zijn geloof een drijfveer om mooie en goede dingen te doen. Wel geeft hij explicieter dan Stefan aan dat atheïsme ook op hem een bepaalde aantrekkingskracht heeft, maar: “Ik heb die aantrekkingskracht ook in het christendom teruggevonden.” Zoals hij het anders formuleert: “Ik was christen en ben christen geworden”, een ervaring die aan mijn eigen doet denken. “Ik ervaar God, soms wel, maar vaak ook niet,” voegt Rik eraan toe.

Openingsbod
De bedoeling is om het boek hoofdstuk voor hoofdstuk te bespreken, wat slechts voor de helft lukt. De onderwerpen zijn divers, er is over veel zaken enige onenigheid en niet alleen Stefan, Rik en Bram zijn aan het woord, maar regelmatig ook andere bezoekers van Goedgelovig, ieder met eigen opvattingen en eigen kritiekpunten.

“Er is nog niemand zo serieus op ons boek ingegaan,” complimenteert Stefan Bram als de laatste in drie hoofdpunten zijn kritiek op het eerste hoofdstuk uiteenzet. “Waarom wordt die bewijslast in hoofdstuk 1 behandeld?” stelt hij zichzelf de vraag. “Als een onderwerp sociaal-cultureel omstreden is, dan komt de bewijslast onmiddellijk om de hoek kijken. Dat geldt voor geloof in God ook. Dat zetten we in het eerste hoofdstuk recht. het is onzinnig om Godsgeloof te behandelen als iets engs en gevaarlijks, iets waarvoor je wel keihard bewijs moet hebben om redelijk te zijn. Hoofdstuk een is meteen dus ook een soort openingsbod. Als we zeggen dat de bewijslast bij de atheïst ligt, betekent dit natuurlijk niet dat we achteruit leunen en zeggen ‘komt u maar’, dan hadden we beter kunnen beginnen bij hoofdstuk drie. We beginnen wel degelijk met een soort argumentatie.”

Stefan Paas en Rik Peels definiëren God in de inleiding van hun boek heel beperkt; eerste oorzaak, persoon, bemoeit zich nog steeds (maar niet veelvuldig) met de werkelijkheid. Vervolgens behandelt het boek de vraag of gelovigen wel argumenten voor hun geloof moeten aanvoeren om intellectueel verantwoord te kunnen geloven (1&2), welke argumenten tegen geloof in God spreken en waarom die intellectueel niet houdbaar zijn, hoewel bezwaren tegen geloof in God, zoals bij lijden, existentieel wél heel verantwoord kunnen zijn (3), de vraag of atheïsme een acceptabel alternatief vormt voor een theïstische godsdienst, waarbij het vooral ingaat op de moraal (4) en zes argumenten die voor godsgeloof pleiten (5). Ondanks dat bijna drie uur aan het bespreken van het boek wordt besteed, fors meer dan het debatje tussen Stefan Paas en Herman Philipse bij Knevel en Van den Brink of het Nationale Religiedebat met Stefan Paas, Rik Peels, Herman Philipse en Maarten Boudry, lukt het niet om verder dan het lange hoofdstuk drie te komen.

Stefan Paas, god bewijzen, gesprek, st Joriskerk

Stefan Paas geniet zichtbaar van het gesprek

Intellectueel
Inhoudelijk levert het gesprek veel meer op. Zo wordt het probleem van het lijden, onderdeel van hoofdstuk 3, tamelijk uitgebreid besproken. Stefan zegt daar onder meer over dat lijden existentieel gezien een reden kan zijn om niet te geloven, maar dat het lijden dat intellectueel niet is. “Doel is om de sterkste atheïstische argumenten te presenteren en dan verborgen problemen bloot te leggen. Het is goed mogelijk dat God redenen heeft om een wereld met lijden toe te laten, al is hij almachtig of algoed.” Hij haalt het sceptisch theïsme aan: “Neem het argument serieus: we weten soms niet waarom er lijden is en kunnen dus ook niet zeggen of dit zinloos of zinvol is.” Beide heren verwijzen graag naar Job: “Ik sla de hand voor de mond.”

Zwijgen doen ze over God volgens reageerder Pittig juist weer te weinig. “Waarom hebben jullie het niet over ‘Goden’, in plaats van over God? In Azië vind je de geesten van het dorp, in Afrika vereren mensen de geesten van de voorouders. Niemand in die gebieden herkent zich in jullie beeld van God.”

Het maakt volgens Stefan niet zoveel uit of je ‘God’ als enkelvoud of meervoud leest. “We leggen God uit als een soortnaam. Hadden we in het boek consequent moeten spreken van God(in)(n)en)?” Paas en Peels bespreken in het boek vooral de intellectuele kant van het geloven, niet allerlei volksgeloof.

Juist doordat de discussie de ruimte krijgt en geen van de debaters reden heeft om te scoren, gaat het soms flink de diepte in en wordt het ook echt een intellectueel debat. Een blik op de strakke koppen op het schilderij, doet vermoeden dat de consistorie vaker de achtergrond heeft gevormd van de zwaardere theologische haarkloverij. Een geschiktere locatie is nauwelijks denkbaar.

Alle foto’s door Evert te Winkel.

Comments

  1. “Belangrijk: over het algemeen is het gemakkelijker om te bewijzen dat iets niet deugt, dan dat het wel waar is.”

    Daarom zijn Stefan en Rik in het boek ook vooral bezig met het bekritiseren van atheïsten en in veel mindere mate met het verdedigen van godsgeloof, laat staan verdedigen van het christendom 😉

  2. 🙂 Zeker Stefan heeft volgens mij heel veel ook inhoudelijker over theologie en christendom geschreven. De vraag is of dit boek daar de plaats voor is. Je kan zo’n boek niet oneindig laten uitdijen.

Comments are closed.